Mindfulness en wetenschappelijk onderzoek


Naar het effect van aandachttraining is de afgelopen twintig jaar onderzoek gedaan in Amerika, Engeland en Duitsland.
Van de ruim 65 empirische studies op het gebied van mindfulness based stress reduction zijn vier meta-analyses verschenen: Bishop (2002), Baer (2003), Grossman (2004) en Lazar (2005).

Overzichtsstudies
De meest volledige overzichtsstudie is van Baer (2003). Zij concludeert dat aandachttraining een effectieve interventie is: relatief veel deelnemers die aan het programma beginnen, maken dit ook af. Een substantieel aantal continueert het toepassen van vaardigheden en oefeningen lang nadat het programma is geëindigd. Haar slotsom is dat mindfulness training mentale problemen helpt verlichten en het psychologisch functioneren verbetert.
Onderstaand overzicht is op genoemde meta-analyses gebaseerd.

Stress-gevoeligheid
Goleman en Schwarz (1976) maten de huidgeleiding van mediterende en niet-mediterende mensen, om hun reactie op schokkende videobeelden te vergelijken. Mediterenden hadden een sterkere reactie maar keerden daarna veel sneller terug naar normaal niveau. Een indicatie dat mediterenden makkelijker vervelende ervaringen kunnen loslaten.

Austin (1997) en Shapiro (1998) vonden beide bij studenten die de training volgden significante vermindering van psychologische klachten en toename van vermogen tot empathie.
Williams (2001) onderzocht een groep vrijwilligers in het sociaal werk. Na het volgen van de aandachttraining vond hij significante verbetering van medisch en psychologisch functioneren en vermindering van stress-niveaus. 

Stressmanagement
Rosenzweig (2003) vond verbetering stress management bij medische studenten die aandachttraining volgden (n=140). Wel controlegroep, geen follow-up.

Concentratie
Mindfulness mediterenden presteren significant beter bij concentratie-tests (Valentine en Sweet, 1999)

Hersenactiviteit
Davidson (2003) vindt significante verschuiving van activiteit richting linker frontaal cortex, hetgeen geassocieerd wordt met positieve affecten.

Immuunreacties
Massion (1995) vond significant hogere niveaus van een melatonine metaboliet bij een groep vrouwen die de aandachttraining volgde. Dit wordt geassocieerd met betere immuunfuncties.
Robinson (2003) laat voorlopige indicaties zien dat de weerstand verbetert bij HIV-patienten die de aandachttraining volgen.
Davidson (2003) vindt hogere antistoffen in antistoffen-titers tegen influenza.

Depressie
De kans op terugval bij iemand die meer dan drie depressies heeft gehad neemt door aandachttraining af met vijftig procent (n=132), ook na een follow up van een jaar (Segal, 2002, Teasdale, 2000)

Angst
Een groep van n=24 toont significante reductie van angst en depressieklachten, ook na drie maanden follow-up (Kabat-Zinn, 1992). Een studie (zonder controlegroep) toont significante afname in angst, ook na follow-up meting drie jaar later (Miller, 1995)
Reibel (2001) vond bij een groep van n=136 44% vermindering angstklachten en 34% vermindering depressieklachten. Deze verbeteringen bleven gehandhaafd bij een jaar follow-up. 

Fibromyalgie
Kaplan (1993) vindt 8% vermindering van pijn/vermoeidheid en 37% vermindering algemene psychische symptomen (n=77).
Bij Goldenberg (1994) rapporteren 67% van de deelnemers verbeteringen, bij de controle groep is dat 40% (n=121).

Psoriasis
Kabat-Zinn (1998) vindt in een gerandomiseerde trial significante verschillen tussen deelnemers in aandachttraining en de controle groep, gemeten naar aantal dagen tot ‘skin clearing’, n=37.

Eetstoornissen
Kristeller (1999) vindt bij boulimie patiënten (n=54) afname in eetbuien van 4 naar 1,5 per week.

Stoornissen in de lichaamsbeleving
Stewart (2004) beschrijft een nieuwe benadering gebaseerd op mindfulness, die veelbelovend is.

Kanker
Speca (2000) vindt significante afname in angst, depressie, boosheid, verwarring en stressymptomen, ook na follow-up meting een half jaar later. (n=90)
Carlson (2004) vindt een toename in kwaliteit van leven bij borst- en prostaatkankerpatiënten (n=69).

Chronische pijn
In een groep van n=90 nemen stemmingsstoornissen met de helft af; algemene psychische symptomen nemen af met een derde. De vermindering van psychische symptomen houdt wel, de verminderde stemmingsstoornissen houden geen stand bij follow-up. (Kabat-Zinn, 1985, 1986).

Preventie hartziekten
Er bestaat een correlatie tussen variabiliteit in hartritmes en de prognose van hartziekte: weinig variabiliteit betekent groter risico voor plotselinge hartstilstand. Mensen die mindfulness meditatie praktiseren hebben een toegenomen variabiliteit. Dit suggereert een verband tussen de meditatieve staat en de autonome sturing van hartritme fluctuaties, met positief effect op de kwaliteit van het hartritme. (Lazar 2005).

Er worden steeds meer resultaten gepubliceerd van benaderingen die op mindfulness zijn gebaseerd. Zij werken met andere methoden dan de aandachttraining, daarom zijn zij niet in dit overzicht opgenomen. De resultaten zijn echter het vermelden waard.

Schwartz (1996) heeft een methode met mindfulness-elementen ontwikkeld voor obsessief-compulsief gedrag (dwangneurosen). Linehans Dialectical Behavior Therapy (DBT) (Linehan 1993) is de voorkeursbehandeling bij borderline persoonlijkheidsstoornissen geworden. Deze benadering is ook in opkomst bij de behandeling van verslaving (Linehan 1999). Hayes’ (1999) Acceptance and Commitment Therapy (ACT) is vooral gericht op het accepteren (in plaats van controleren) van onplezierige emoties zoals boosheid, angst, pijn en verdriet.

Artikelen
- Behandelen met Mindfulness; interview met Jon Kabat Zinn
- The Effect of Mindfulness-Based Therapy on Anxiety and
  Depression: A Meta-Analytic Review

HomeNaar boven
Mindfulness en wetenschappelijk onderzoek
Corpus Mentis
Centrum voor Fysiotherapie & Wetenschap
Herenstraat 39
2313 AE Leiden
071 - 889 14 35
Fysiotherapie Leiden
Email praktijk: info@corpusmentis.nl
Email cursussen: cursus@corpusmentis.nl